H1: Airco buitenunit plaatsen
Een airconditioning-buitenunit lijkt bouwkundig op een warmtepomp, en volgt dan ook dezelfde regels — met de manier van plaatsen, niet de ligging op het perceel, als belangrijkste knop om aan te draaien.
Dezelfde regels als bij een warmtepomp
Een airco-buitenunit valt onder dezelfde categorie als een warmtepomp: dezelfde geluidsnorm van maximaal 40 dB op de erfgrens met een aangrenzende woning, en dezelfde knip tussen de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit (het ruimtelijke deel). Zie het artikel over warmtepomp-geluidseisen voor de volledige, onderliggende juridische uitleg van beide onderdelen.
Wat écht bepalend is voor het ruimtelijke deel: de manier van plaatsen
Een veelvoorkomend misverstand is dat de ligging op het perceel (voor- of achtererf) bepalend zou zijn voor de vergunningplicht van een airco-unit, zoals dat bij een schuur of ander bijgebouw het geval is. Voor een airco- of warmtepompunit geldt echter een andere regeling, die niet uitgaat van voor- of achtererf, maar van de manier van plaatsen:
- Op de grond: landelijk vergunningvrij, ongeacht of dit voor- of achtererf is, mits de unit niet hoger is dan 1 meter en de oppervlakte niet meer dan 2 m² bedraagt (Bbl art. 2.29 onder r, art. 2.23).
- Aan de gevel of op het dak: hier geldt via de bruidsschat in beginsel een vergunningplicht voor het ruimtelijke deel (art. 22.26 bruidsschat), met een uitzondering wanneer het bouwvolume niet wordt uitgebreid (art. 22.27 onder i, in de praktijk circa 0,5 meter uitstekend, art. 22.24 lid 1 bruidsschat).
Een grondopstelling aan de voorzijde van de woning kan dus vergunningvrij zijn, terwijl dezelfde unit aan de achtergevel gemonteerd wél een vergunning kan vragen — het gaat om de bevestigingswijze, niet om de plek op het perceel.
Waarom dit verschil bestaat
De landelijke grondopstellingsregel is bedoeld voor kleine, op zichzelf staande installaties die het bouwwerk zelf niet wijzigen. Een unit die aan de gevel of het dak wordt bevestigd, verandert het bouwwerk wél — vandaar dat hiervoor de regeling voor bijbehorende bouwwerkonderdelen (bruidsschat) van toepassing is, met een eigen, striktere uitzonderingsgrens.
Ook hier: het hoofdgebouw moet legaal zijn
Net als bij een warmtepomp geldt: is het hoofdgebouw zelf niet legaal gebouwd, of — bij een meldingsplichtig bouwwerk — niet correct gereedgemeld, dan is de vergunningvrije route voor de airco-unit niet beschikbaar.
Gemeenten kunnen dit hebben aangepast
Ook voor airco-units geldt dat de ruimtelijke regels uit de bruidsschat komen en dat gemeenten deze sinds 1 januari 2024 in hun omgevingsplan mogen hebben aangepast. Controleer de actuele regels voor uw locatie via Regels op de kaart.
In de praktijk
Bij het bepalen van de beste locatie voor een airco-buitenunit houden wij rekening met zowel de geluidsnorm als het verschil tussen grondopstelling en gevelbevestiging — een kleine aanpassing in de bevestigingswijze kan soms het verschil maken tussen wel en niet vergunningvrij.
Laat uw bouwplan vooraf beoordelen
Overweegt u een airconditioning-buitenunit te plaatsen? Laat uw bouwplan vooraf beoordelen.
FAQ
Mag ik mijn airco-unit altijd vergunningvrij op de grond plaatsen? Op de grond is dit landelijk vergunningvrij tot 1 meter hoogte en 2 m² oppervlakte, ongeacht of dit in de voor- of achtertuin is — mits u ook aan de geluidsnorm voldoet en het geen monument betreft.
Is een unit aan de gevel moeilijker vergunningvrij te krijgen dan op de grond? Ja — aan de gevel of het dak geldt in beginsel een vergunningplicht, met alleen een uitzondering als het bouwvolume niet wordt uitgebreid. Dit is een strengere toets dan bij een grondopstelling.
