Dit artikel gaat uitsluitend over de maten. Voor de vraag of u überhaupt in de vergunningvrije route zit — welk dakvlak, monument of niet — leest u eerst Dakkapel: wanneer heeft u een vergunning nodig?.
De vijf eisen (Bbl art. 2.29 onder b)
| # | Eis | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| 1 | de dakkapel heeft een plat dak | een licht hellend of gebogen dakje voldoet niet |
| 2 | gemeten vanaf de voet niet hoger dan 1,75 m | de zinken afdeklijst of daktrim wordt vergeten mee te rekenen |
| 3 | de onderzijde ligt meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet | bij een lage goot valt de dakkapel snel onder de 0,5 m |
| 4 | de bovenzijde ligt meer dan 0,5 m onder de daknok | een hoge dakkapel voor extra stahoogte overschrijdt dit snel |
| 5 | de zijkanten liggen meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak | brede dakkapellen over de volle breedte voldoen niet |
Deze eisen zijn cumulatief: één maat die niet klopt, maakt de dakkapel vergunningplichtig als omgevingsplanactiviteit.
Meetpunten in de praktijk
- Voet van de dakkapel — het punt waar de dakkapel op het dakvlak aansluit. De 1,75 m wordt daarvandaan verticaal gemeten, inclusief de dakrandafwerking.
- Dakvoet — de onderrand van het dakvlak, bij een schuine kap doorgaans ter hoogte van de goot.
- Daknok — het hoogste punt van het dakvlak. Bij een asymmetrische kap kan de resterende ruimte tegenvallen.
- Zijkanten van het dakvlak — bij een tussenwoning zijn dat de bouwmuren; bij een wolfseind of schild loopt de zijkant schuin, waardoor de vrije breedte kleiner is dan verwacht.
Rekenvoorbeeld
Een schuin dakvlak met een dakvoet op 3,0 m en een nok op 6,5 m. De onderzijde van de dakkapel moet dan tussen 3,5 m en 4,0 m liggen (meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet). De bovenzijde moet onder 6,0 m blijven (meer dan 0,5 m onder de nok). Legt u de onderzijde op 3,6 m, dan resteert 2,4 m tot die bovengrens — ruim binnen de eis van maximaal 1,75 m hoogte, dus die is hier maatgevend.
Dakramen zijn iets anders
Voor een dakraam of daglichtvoorziening geldt een eigen regeling (Bbl art. 2.29 onder c): in een achterdakvlak, een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak of een plat dak mag het niet meer dan 0,6 m buiten het dakvlak uitsteken en moet het meer dan 0,5 m van de randen blijven; in een ander dakvlak mag het niet buiten het dakvlak uitsteken.
Locatievoorbehoud. De ruimtelijke regels hieronder zijn de regels van de bruidsschat: het tijdelijke deel van het omgevingsplan dat elke gemeente bij de invoering van de Omgevingswet automatisch heeft gekregen. Gemeenten mogen die regels handhaven, aanpassen of laten vervallen en moeten hun omgevingsplan uiterlijk eind 2031 hebben omgezet. Controleer daarom altijd het actuele omgevingsplan voor uw perceel via het Omgevingsloket.
Let ook op het uiterlijk
Bbl art. 2.29 laat regels in het omgevingsplan over het in stand houden van een bouwwerk die zien op ernstige ontsiering van het uiterlijk onverlet. Vergunningvrij betekent dus niet dat het uiterlijk buiten schot blijft.
Technische eisen blijven gelden
Een dakkapel onderbreekt dakconstructie en isolatieschil. Bij verbouw wijst het Bbl per onderwerp een verbouwniveau aan; voor constructieve veiligheid en voor isolatie zijn dat eigen normen, niet zomaar "het bestaande niveau". Laat de constructieve oplossing en de aansluitdetails daarom uitwerken.
Laat controleren wat op uw locatie mogelijk is
De vijf maten uit het Bbl laten zich op papier makkelijk lezen, maar moeten op uw eigen dakvlak passen. Wij meten het dakvlak in, controleren de maten en werken de dakkapel uit tot tekening. Leg uw plan aan ons voor.
