Een vergunningtraject valt of staat bij de volgorde. Wie eerst ontwerpt en pas daarna toetst, loopt het risico het werk over te moeten doen. Hieronder de stappen zoals wij ze doorlopen, met de wettelijke termijnen erbij.
Stap 1: programma van eisen
Wat wilt u bereiken, met welke ruimten, welk budget en welke planning? Hoe scherper dit is, hoe minder ontwerprondes nodig zijn.
Stap 2: locatiecheck
Raadpleeg het omgevingsplan voor uw perceel: functie, bouwvlak, hoogtes, afstanden en eventuele beschermende regels. Bepaal tegelijk het technische spoor: is de bouwactiviteit vergunningplichtig, vergunningvrij, of valt die onder gevolgklasse 1?
Stap 3: schetsontwerp
Werk twee of drie varianten uit binnen de gevonden kaders. Dit is de goedkoopste fase om van richting te veranderen.
Stap 4: toets en keuze van de route
Nu wordt duidelijk of u binnenplans blijft, vergunningvrij bent, of een buitenplanse route nodig heeft. Die keuze bepaalt de doorlooptijd en de benodigde onderbouwing.
Stap 5: definitief ontwerp en vergunningset
Materialisatie, maatvoering, constructieprincipes en de bijbehorende onderbouwing. De set bevat doorgaans situatietekening, plattegronden, gevels en doorsneden van bestaand en nieuw, plus de gevraagde berekeningen. Welke gegevens u moet aanleveren, volgt uit de aanvraagvereisten en uit eventuele aanvullende eisen in het omgevingsplan (Omgevingswet art. 16.55 lid 2 en 4). Gegevens die de gemeente al heeft, hoeft u niet opnieuw te leveren (lid 5).
Stap 6: vooroverleg (aanbevolen)
Bij afwijkende plannen of gevoelige locaties bespreekt u het plan vooraf met de gemeente. U hoort dan of de route haalbaar is en welke stukken worden verwacht.
Stap 7: indienen
De aanvraag gaat via het Omgevingsloket. Verstrek daarbij ook de gegevens over participatie van en overleg met derden (art. 16.55 lid 6).
Stap 8: behandeling en termijnen
In de reguliere procedure beslist het bevoegd gezag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag, of binnen twaalf weken als de beslissing instemming van een ander bestuursorgaan behoeft (Omgevingswet art. 16.64 lid 1). Die termijn kan eenmaal met ten hoogste zes weken worden verlengd; dat verlengingsbesluit wordt binnen de beslistermijn bekendgemaakt (lid 2).
Belangrijk: bij overschrijding ontstaat geen vergunning van rechtswege. De regeling van de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen is uitdrukkelijk uitgesloten (art. 16.64 lid 4).
Is de aanvraag onvolledig, dan kan het bestuursorgaan u een termijn geven om aan te vullen en wordt de beslistermijn opgeschort (Awb art. 4:5 jo. 4:15). Wordt de beslissing aangehouden, dan gaat de termijn pas lopen vanaf het einde van de aanhouding (Omgevingswet art. 16.61).
In de uitgebreide procedure — in aangewezen gevallen, op verzoek van de aanvrager, of bij een BOPA met aanzienlijke gevolgen — geldt afdeling 3.4 Awb: een ontwerpbesluit binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag, met een zienswijzefase (Awb art. 3:18; Omgevingswet art. 16.65 en 16.66).
Stap 9: besluit en bekendmaking
Na verlening volgt bekendmaking en een periode waarin belanghebbenden kunnen reageren. Houd daar in uw planning rekening mee voordat u start met bouwen.
Stap 10: uitvoering
Met de vergunning op zak zijn werktekeningen nodig om te kunnen bouwen. Bij bouwwerken in gevolgklasse 1 hoort daar bovendien de bouwmelding bij — ten minste vier weken voor de start — en na afloop de gereedmelding, ten minste twee weken voor ingebruikname. Let op: die meldplicht geldt niet voor verbouwactiviteiten.
Locatievoorbehoud. De ruimtelijke regels hieronder zijn de regels van de bruidsschat: het tijdelijke deel van het omgevingsplan dat elke gemeente bij de invoering van de Omgevingswet automatisch heeft gekregen. Gemeenten mogen die regels handhaven, aanpassen of laten vervallen en moeten hun omgevingsplan uiterlijk eind 2031 hebben omgezet. Controleer daarom altijd het actuele omgevingsplan voor uw perceel via het Omgevingsloket.
Waar trajecten vertraging oplopen
- onvolledige of onderling strijdige stukken;
- wijzigingen in het ontwerp nadat de set af is;
- pas laat ontdekken dat het plan buitenplans is;
- ontbrekende constructieve onderbouwing;
- geen participatie bij een plan dat de omgeving raakt.
Hulp bij de voorbereiding
De meeste vertraging ontstaat vóór de indiening: bij het toetsen van het plan en het compleet maken van de stukken. Daar ligt ook onze rol — ontwerp, toetsing en tekenwerk. Het besluit zelf ligt bij het bevoegd gezag. Bespreek uw plan.
