Velde Planadvies

Aanbouw: welke hoogte en maatvoering zijn toegestaan?

Hoe hoog en hoe groot een aanbouw vergunningvrij mag zijn, hangt af van het bebouwingsgebied en van de afstand tot het oorspronkelijke hoofdgebouw. We rekenen het voor.

10 augustus 20267 min lezenLaatst inhoudelijk gecontroleerd op 10 augustus 2026
Direct antwoord

De genoemde maatvoering komt uit de bruidsschat: rijksregels die bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in het tijdelijke deel van het omgevingsplan terecht zijn gekomen. Gelden die regels op uw locatie nog onverkort, dan wordt de oppervlakte bepaald door het bebouwingsgebied: tot 100 m² mag 50%, tussen 100 en 300 m² geldt 50 m² plus 20% van het meerdere, en boven 300 m² geldt 90 m² plus 10% van het meerdere, met een absoluut maximum van 150 m². Bestaande bijbehorende bouwwerken gaan daarvan af. Voor de hoogte geldt dan binnen 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw maximaal 0,3 m boven de verdiepingsvloer (en nooit hoger dan 5 m); verder dan 4 m is 3 m toegestaan en is meer alleen mogelijk met een schuin dak volgens de nokhoogteformule (afstand daknok tot perceelsgrens × 0,47) + 3, met een maximum van 5 m. Gemeenten mogen deze regels aanpassen of vervangen, dus controleer altijd het actuele omgevingsplan voor uw perceel.

  • De 4 meter wordt loodrecht uit het hoofdgebouw gemeten en bepaalt welke hoogte-eis geldt.
  • De oppervlaktelimiet wordt berekend over het bebouwingsgebied, niet over de tuin.
  • Het oorspronkelijke hoofdgebouw is bepalend voor het bebouwingsgebied.
  • Buiten 4 m is meer dan 3 m alleen mogelijk met twee schuine dakvlakken en de nokhoogteformule.
  • De absolute bovengrens is in alle gevallen 5 m hoogte en 150 m² oppervlakte.

Hoe groot en hoe hoog een aanbouw vergunningvrij mag zijn, wordt niet bepaald door een vuistregel maar door twee rekenstappen: eerst de oppervlakte op basis van het bebouwingsgebied, daarna de hoogte op basis van de afstand tot het oorspronkelijke hoofdgebouw.

Locatievoorbehoud. De ruimtelijke regels hieronder zijn de regels van de bruidsschat: het tijdelijke deel van het omgevingsplan dat elke gemeente bij de invoering van de Omgevingswet automatisch heeft gekregen. Gemeenten mogen die regels handhaven, aanpassen of laten vervallen en moeten hun omgevingsplan uiterlijk eind 2031 hebben omgezet. Controleer daarom altijd het actuele omgevingsplan voor uw perceel via het Omgevingsloket.

Stap 1: bepaal het bebouwingsgebied

Het bebouwingsgebied is het achtererfgebied plus de grond onder de aan het oorspronkelijke hoofdgebouw toegevoegde aan- en uitbouwen. Let op het woord oorspronkelijk: dat is het hoofdgebouw zoals oorspronkelijk opgeleverd. Voor het bepalen van het achtererfgebied zelf telt juist de actuele omvang van het hoofdgebouw.

Stap 2: bereken de toegestane oppervlakte

BebouwingsgebiedMaximaal toelaatbaar
tot en met 100 m²50%
meer dan 100 en tot en met 300 m²50 m² + 20% van het deel boven 100 m²
meer dan 300 m²90 m² + 10% van het deel boven 300 m², maximaal 150 m²

Rekenvoorbeeld 1. Bebouwingsgebied 80 m² → 40 m² toegestaan. Staat er al een berging van 12 m², dan resteert 28 m².

Rekenvoorbeeld 2. Bebouwingsgebied 240 m² → 50 + (140 × 20%) = 78 m².

Rekenvoorbeeld 3. Bebouwingsgebied 500 m² → 90 + (200 × 10%) = 110 m².

Stap 3: bepaal de hoogte-eis

De grens van 4 m wordt loodrecht uit het hoofdgebouw gemeten (art. 22.23 lid 1a). Die grens bepaalt welke hoogteregel geldt — het is nadrukkelijk geen maximale diepte.

Binnen 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw

  • niet hoger dan 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping van dat hoofdgebouw;
  • bij een hoofdgebouw met één bouwlaag: niet hoger dan dat hoofdgebouw;
  • in geen geval hoger dan 5 m.

Praktisch betekent dit dat een uitbouw met plat dak vaak net boven de verdiepingsvloer uitkomt, zodat er geen dorpel- of raamproblemen op de verdieping ontstaan.

Verder dan 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw

  • 3 m is altijd toegestaan;
  • hoger mag alleen met een dak met ten minste twee schuine dakvlakken;
  • de dakvoet ligt niet hoger dan 3 m;
  • de hellingshoek is niet meer dan 55°;
  • de nokhoogte is ten hoogste (afstand van de daknok tot de perceelsgrens × 0,47) + 3, met een maximum van 5 m.

Rekenvoorbeeld nokhoogte. Staat de nok op 4 m van de perceelsgrens, dan is de maximale nokhoogte (4 × 0,47) + 3 = 4,88 m.

Stap 4: controleer het gebruik

Binnen 4 m mag het gebruik gelijk of ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw. Buiten 4 m moet het functioneel ondergeschikt zijn — denk aan berging, garage of plantenkas. Een woonkamer of slaapkamer achter in de tuin valt daar niet onder.

Veelgemaakte fouten

  • De tuin als rekenbasis nemen. De oppervlaktetabel gaat over het bebouwingsgebied, niet over het hele perceel.
  • Bestaande bouwwerken vergeten. Schuur, garage en eerdere uitbouw gaan van het maximum af.
  • Het huidige in plaats van het oorspronkelijke hoofdgebouw gebruiken.
  • Uitgaan van 4 m diepte. Die maat gaat over hoogte, niet over diepte.
  • Alleen op maatvoering letten. Ook de basisvoorwaarden en de technische Bbl-eisen gelden onverkort.

Praktisch aandachtspunt

De hoogte-eis binnen 4 meter van het hoofdgebouw is gekoppeld aan de verdiepingsvloer van dat hoofdgebouw. Bij woningen met een afwijkende vloerhoogte, een verhoogde begane grond of een souterrain pakt die maat anders uit dan verwacht. Meet die hoogte na op de bestaande situatie voordat de daklijn van de aanbouw wordt vastgelegd.

Laat controleren wat op uw locatie mogelijk is

De maximale diepte, hoogte en oppervlakte van een aanbouw volgen uit de regels die op uw perceel gelden. Wij zoeken die regels op, rekenen de ruimte uit voor uw situatie en werken het plan uit tot tekeningen. Leg uw plan aan ons voor.

Voorwaarden

Alle basisvoorwaarden van art. 22.27 onder a gelden onverkort: op de grond staand, in achtererfgebied, meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied, geen verblijfsgebied op de tweede bouwlaag en geen buitenruimte die niet op de grond ligt.

Uitzonderingen

Monumenten en beschermde gezichten (Bbl art. 2.30); gemeenten met eigen omgevingsplanregels; mantelzorgvoorzieningen (art. 22.36 onder c en 22.37).

Wettelijke referenties

  • Bruidsschat art. 22.23
  • Bruidsschat art. 22.27
  • Bruidsschat art. 22.36
  • Bbl bijlage I
  • Bbl art. 2.30

Veelgestelde vragen

Hoe hoog mag een vergunningvrije aanbouw maximaal zijn?
Nooit hoger dan 5 m. Binnen 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw geldt bovendien maximaal 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping; verder weg is 3 m altijd toegestaan en meer alleen met een schuin dak volgens de nokhoogteformule.
Telt de garage mee in de maximale oppervlakte?
Ja, als het een bijbehorend bouwwerk is bij het oorspronkelijke hoofdgebouw. Zulke bouwwerken gaan af van het maximum uit art. 22.36 onder a.

Officiële bronnen

Uw bouwplan

Wilt u weten wat dit betekent voor uw bouwplan?

Vraag vrijblijvend een prijsopgave aan of neem persoonlijk contact met ons op.

Passende dienstverlening
Gerelateerd

Meer artikelen die u wellicht interesseren