Een aanbouw is vergunningvrij als beide toetsen dat toestaan: de technische bouwactiviteit én de omgevingsplanactiviteit. Voor de meeste woningen betekent dat: technisch zit het meestal goed, en de vraag draait om de ruimtelijke voorwaarden voor een bijbehorend bouwwerk — achtererfgebied, oppervlakte, hoogte en gebruik. Er bestaat géén regel dat een aanbouw "tot 4 meter diep altijd vergunningvrij" is.
Locatievoorbehoud. De ruimtelijke regels hieronder zijn de regels van de bruidsschat: het tijdelijke deel van het omgevingsplan dat elke gemeente bij de invoering van de Omgevingswet automatisch heeft gekregen. Gemeenten mogen die regels handhaven, aanpassen of laten vervallen en moeten hun omgevingsplan uiterlijk eind 2031 hebben omgezet. Controleer daarom altijd het actuele omgevingsplan voor uw perceel via het Omgevingsloket.
Waarom u twee keer moet toetsen
Onder de Omgevingswet is bouwen opgeknipt in twee activiteiten. De technische bouwactiviteit gaat over de bouwkundige kwaliteit en is geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De omgevingsplanactiviteit bouwwerken gaat over de vraag of het bouwwerk op die plek en in die vorm past, en is geregeld in het omgevingsplan van uw gemeente. Uw plan kan voor het ene spoor vergunningvrij zijn en voor het andere niet.
Spoor 1: de technische toets
Een aanbouw aan een bestaande woning is bouwkundig een verbouwing. Bbl art. 2.27 lid 1 maakt de technische bouwactiviteit vergunningvrij als de draagconstructie, de brandcompartimentering en de gevelisolatie of het gevelpaneel niet wijzigen, en voor bouwwerken die onder gevolgklasse 1 vallen.
Let op een veelgemaakte fout: de bouwmelding onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen geldt niet voor verbouwen. Bbl art. 2.17 lid 4 bepaalt uitdrukkelijk dat gevolgklasse 1 niet van toepassing is op bouwactiviteiten die verbouwen betreffen. Voor uw aanbouw hoeft u dus geen bouwmelding met kwaliteitsborger te doen; wel moet het werk aan de technische regels voldoen.
Spoor 2: de ruimtelijke toets
Ruimtelijk is een aanbouw een bijbehorend bouwwerk: volgens Bbl bijlage I een uitbreiding van een hoofdgebouw, of een functioneel met het hoofdgebouw verbonden, op de grond staand gebouw met een dak. Die categorie staat niet in de landelijke vergunningvrije lijst van Bbl art. 2.29. Bijbehorende bouwwerken zijn ruimtelijk vergunningvrij via de bruidsschat: art. 22.27 onder a en art. 22.36 onder a van het tijdelijke deel van het omgevingsplan.
Basisvoorwaarden (art. 22.27 onder a)
- de aanbouw staat op de grond;
- de aanbouw ligt in het achtererfgebied;
- de aanbouw staat meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied;
- de aanbouw is niet hoger dan 5 m;
- er is geen verblijfsgebied op de tweede bouwlaag of hoger;
- er is geen dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte.
Deze voorwaarden zijn cumulatief: valt u op één punt buiten de boot, dan is het ruimtelijke spoor vergunningplichtig.
Oppervlakte (art. 22.36 onder a)
De toegestane oppervlakte hangt af van het bebouwingsgebied: het achtererfgebied plus de grond onder de aan het oorspronkelijke hoofdgebouw toegevoegde aan- en uitbouwen.
| Bebouwingsgebied | Maximale oppervlakte bijbehorende bouwwerken |
|---|---|
| tot en met 100 m² | 50% van het bebouwingsgebied |
| meer dan 100 en tot en met 300 m² | 50 m² + 20% van het deel boven 100 m² |
| meer dan 300 m² | 90 m² + 10% van het deel boven 300 m², met een absoluut maximum van 150 m² |
Bijbehorende bouwwerken die er al staan bij het oorspronkelijke hoofdgebouw gaan van dat maximum af. Het gaat om het oorspronkelijke hoofdgebouw: de woning zoals die is opgeleverd, niet inclusief latere uitbreidingen.
Hoogte: de rol van de 4 meter
De grens van 4 m, loodrecht gemeten vanuit het hoofdgebouw (art. 22.23 lid 1a), is geen dieptemaat maar een scheidslijn voor de hoogte-eis:
- binnen 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw: niet hoger dan 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping; bij een hoofdgebouw met één bouwlaag niet hoger dan dat hoofdgebouw; en nooit hoger dan 5 m;
- verder dan 4 m: 3 m is altijd toegestaan; hoger mag alleen met een dak met ten minste twee schuine dakvlakken, een dakvoet van maximaal 3 m, een hellingshoek van maximaal 55° en een nokhoogte van (afstand daknok tot perceelsgrens × 0,47) + 3, met een maximum van 5 m.
Gebruik
Binnen 4 m mag het gebruik gelijk of ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw — een uitgebouwde woonkamer of keuken mag dus. Buiten 4 m moet het gebruik functioneel ondergeschikt zijn, zoals een berging, garage of plantenkas.
Wanneer is een aanbouw zeker niet vergunningvrij?
- de aanbouw komt aan de voor- of zijkant buiten het achtererfgebied te liggen;
- de aanbouw staat op minder dan 1 m van openbaar toegankelijk gebied;
- u overschrijdt de oppervlaktetabel, bijvoorbeeld doordat er al een schuur en een eerdere uitbouw staan;
- u wilt een dakterras of een verblijfsruimte op de eerste verdieping van de aanbouw;
- het gaat om een monument of om een pand in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht (Bbl art. 2.30);
- de gemeente heeft voor uw locatie eigen omgevingsplanregels vastgesteld die strenger zijn.
Past uw plan niet in het omgevingsplan, dan is de route een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Dat kan, maar het is een inhoudelijke afweging en geen automatisme.
Vergunningvrij is niet regelvrij
Ook een vergunningvrije aanbouw moet voldoen aan de inhoudelijke regels van het Bbl: constructieve veiligheid, brandveiligheid, gezondheid, daglicht, ventilatie en energiezuinigheid. Bij verbouw geldt daarvoor in beginsel het rechtens verkregen niveau (Bbl art. 5.4 en 5.5), maar voor bijvoorbeeld constructieve veiligheid en isolatie wijst het Bbl een eigen verbouwniveau aan. Zonder tekeningen en berekeningen kunt u dat niet aantonen — en bij schade of verkoop is dat het eerste waar naar gevraagd wordt.
Laat controleren wat op uw locatie mogelijk is
Of uw aanbouw binnen de vergunningvrije ruimte past, hangt af van de regels in het omgevingsplan van uw gemeente en van wat er al op het erf staat. Wij zoeken dat na voor uw perceel en tekenen het plan uit. Leg uw plan aan ons voor.
