Een aanbouw of uitbouw is juridisch een bijbehorend bouwwerk: een uitbreiding van het hoofdgebouw, of een daarmee functioneel verbonden, op de grond staand gebouw op hetzelfde perceel. Of u een vergunning nodig heeft, beoordeelt u op twee sporen: technisch (Besluit bouwwerken leefomgeving) en ruimtelijk (omgevingsplan). Veel aanbouwen aan de achterzijde zijn ruimtelijk vergunningvrij, maar dat volgt uit de bruidsschat in het omgevingsplan — niet uit een landelijke lijst.
Aanbouw, uitbouw of serre?
In het spraakgebruik is een uitbouw een vergroting van een bestaande ruimte (de woonkamer wordt dieper) en een aanbouw een toegevoegde ruimte met een eigen dak. Juridisch maakt dat onderscheid niet uit: beide zijn een bijbehorend bouwwerk en vallen onder dezelfde regels. Dat geldt ook voor een serre of een aangebouwde berging.
Ruimtelijke basisvoorwaarden
Voor een vergunningvrije aanbouw geldt volgens de bruidsschat (artikel 22.27, onder a) dat het bouwwerk:
- op de grond staat;
- in het achtererfgebied ligt;
- op meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied staat;
- niet hoger is dan 5 meter;
- geen verblijfsgebied heeft op de tweede bouwlaag of hoger;
- geen dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte heeft.
Hoeveel oppervlakte mag u bijbouwen?
Dat volgt uit het bebouwingsgebied: achtererfgebied plus de grond onder eerder toegevoegde aan- en uitbouwen. Tot 100 m² mag 50% worden bebouwd; tussen 100 en 300 m² geldt 50 m² plus 20% van het meerdere; boven 300 m² geldt 90 m² plus 10% van het meerdere, met een absoluut maximum van 150 m². Bijbehorende bouwwerken die al aanwezig zijn, gaan van dat maximum af.
Hoogte: binnen en buiten 4 meter
Binnen 4 meter van het oorspronkelijke hoofdgebouw — loodrecht gemeten — mag de aanbouw niet hoger zijn dan 30 centimeter boven de vloer van de eerste verdieping, en bij een woning met één bouwlaag niet hoger dan het hoofdgebouw. Verder dan 4 meter geldt 3 meter, of hoger met een dak met twee schuine dakvlakken, een dakvoet tot 3 meter, een hellingshoek tot 55 graden en een nokhoogte volgens de formule (afstand tot perceelsgrens × 0,47) + 3. In alle gevallen geldt het maximum van 5 meter.
Omdat een aanbouw meestal direct tegen de woning staat, is in de praktijk vooral de eerste regel bepalend: de aanbouw blijft doorgaans onder de verdiepingsvloer plus 30 centimeter.
Gebruik
Binnen 4 meter mag het gebruik gelijk zijn aan dat van de woning: een uitgebouwde woonkamer, een keuken of een slaapkamer. Verder dan 4 meter moet het gebruik functioneel ondergeschikt zijn, bijvoorbeeld een berging.
Technische eisen blijven gelden
Ook een vergunningvrije aanbouw moet voldoen aan het Bbl: constructieve veiligheid, isolatie en luchtdichtheid, daglicht en ventilatie, brandveiligheid en de aansluiting op de bestaande woning. Bij het weghalen van een dragende muur is een constructieve berekening nodig. De bouwmelding onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen geldt hier niet: gevolgklasse 1 is niet van toepassing op bouwactiviteiten die verbouwen betreffen (Bbl art. 2.17 lid 4). Een aanbouw aan een bestaande woning is bouwkundig verbouwen, dus zonder bouwmelding met kwaliteitsborger — de technische eisen van het Bbl blijven onverkort gelden.
Welke tekeningen heeft u nodig?
Ook zonder vergunning heeft u tekeningen nodig — voor de bouwmelding, voor de constructeur en voor de aannemer. In de kern: een situatietekening, plattegronden van de bestaande en de nieuwe situatie, gevelaanzichten, een doorsnede, principedetails en de constructieve stukken.
Wanneer heeft u wél een vergunning nodig?
- De aanbouw ligt (deels) buiten het achtererfgebied, bijvoorbeeld aan de voor- of zijkant.
- Het maximum aan bijbehorende bouwwerken is al bereikt.
- De hoogte of het gebruik voldoet niet aan de voorwaarden.
- Het pand is een monument of ligt in een beschermd stads- of dorpsgezicht.
- De gemeente heeft de bruidsschatregels vervangen door strengere eigen regels.
Bij het uitwerken van een bouwplan
Een aanbouw raakt bijna altijd de bestaande woning: een gevel wordt geopend, een fundering wordt aangebouwd, een dakrand sluit aan op bestaand werk. Die aansluitingen bepalen zowel de constructieve oplossing als het detailwerk in de tekeningen. Herken een ingreep in de draagconstructie daarom vroeg — die vraagt om een constructeur en beïnvloedt het ontwerp, niet andersom. Wilt u de volgorde van het hele traject overzien, bekijk dan het stappenplan voor een aanbouw van idee tot vergunning.
Laat controleren wat op uw locatie mogelijk is
Laat uw plan toetsen aan de regels die op dit moment voor uw perceel gelden, voordat u laat tekenen. Dat bepaalt de maximale diepte, hoogte en oppervlakte van uw aanbouw — en daarmee het ontwerp. Leg uw plan aan ons voor.
