Of u een vergunning nodig heeft, hangt af van twee losse toetsen. Sinds de Omgevingswet is het bouwen opgeknipt: er is een technische bouwactiviteit (de bouwtechnische kwaliteit, geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving) en een omgevingsplanactiviteit (de ruimtelijke inpassing, geregeld in het omgevingsplan van uw gemeente). Uw plan kan voor het ene spoor vergunningvrij zijn en voor het andere spoor toch vergunningplichtig. U moet dus altijd beide vragen beantwoorden.
De twee vragen die u apart moet beantwoorden
- Technisch: voldoet mijn bouwwerk aan de landelijke bouwtechnische regels, en is daarvoor een vergunning, een bouwmelding of niets nodig?
- Ruimtelijk: mag dit bouwwerk hier volgens het omgevingsplan staan, in deze omvang, op deze plek en voor dit gebruik?
Pas als beide antwoorden bekend zijn, weet u of u kunt bouwen en wat u moet indienen.
Stap 1 — de technische toets
De technische vergunningplicht staat in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Artikel 2.25 wijst de gevallen aan waarvoor een technische vergunning nodig is; het gaat daarbij onder meer om bouwwerken met een dak die hoger zijn dan 5 meter of die meerdere bouwlagen met verblijfsruimte hebben. Artikel 2.27 benoemt juist de technisch vergunningvrije gevallen, zoals een dakkapel, een dakraam of zonnepanelen die aan de gestelde eisen voldoen.
Voor een deel van de eenvoudige nieuwbouw — grondgebonden woningen en op zichzelf staande bijgebouwen — geldt bovendien de route van gevolgklasse 1: geen technische vergunningtoets vooraf, maar een bouwmelding vooraf en een gereedmelding na afloop. Let op: gevolgklasse 1 geldt niet voor bouwactiviteiten die verbouwen betreffen (Bbl art. 2.17 lid 4), dus niet voor een aanbouw of uitbouw aan een bestaande woning.
Let op: technisch vergunningvrij betekent nooit regelvrij. De eisen van het Bbl voor constructieve veiligheid, brandveiligheid, gezondheid en energiezuinigheid blijven onverkort gelden. U bent er zelf verantwoordelijk voor dat uw bouwwerk daaraan voldoet.
Stap 2 — de ruimtelijke toets
De ruimtelijke vraag beantwoordt u aan de hand van het omgevingsplan. Artikel 5.1 van de Omgevingswet regelt de vergunningplicht voor de omgevingsplanactiviteit; de inhoudelijke regels — bouwvlak, hoogte, oppervlakte, gebruik, uiterlijk — staan in het omgevingsplan zelf.
Veel gemeenten hebben hun omgevingsplan nog niet volledig herzien. Zolang dat zo is, gelden de regels uit de bruidsschat (artikel 22.26 tot en met 22.39). Daarin staat onder meer wanneer aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen, schuren en carports ruimtelijk vergunningvrij zijn. Dat is een belangrijk detail: die categorie staat niet in de landelijke lijst van het Bbl, maar in het omgevingsplan. Uw gemeente kan die regels inmiddels hebben aangepast.
De vier mogelijke uitkomsten
| Technisch | Ruimtelijk | Wat betekent dit |
|---|---|---|
| vrij | vrij | U mag bouwen zonder vergunning, maar wel volgens de Bbl-eisen |
| vrij | vergunningplichtig | U vraagt alleen een vergunning voor de omgevingsplanactiviteit aan |
| vergunningplichtig | vrij | U vraagt alleen een technische vergunning aan (of doet een bouwmelding) |
| vergunningplichtig | vergunningplichtig | U vraagt beide onderdelen aan, meestal in één aanvraag |
Wat als uw plan niet in het omgevingsplan past?
Dan is uw plan niet zonder meer verboden. De route is dan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA): de gemeente beoordeelt of zij van het omgevingsplan wil afwijken. Dat vraagt een goede motivering en vaak participatie met de omgeving.
Veelgemaakte denkfouten
- "Vergunningvrij betekent dat ik nergens aan hoef te voldoen." Onjuist: de technische eisen blijven gelden.
- "Het staat op internet dat dit vergunningvrij is." De ruimtelijke regels zijn lokaal. Controleer altijd uw eigen omgevingsplan.
- "Ik heb geen vergunning nodig, dus ik heb ook geen tekeningen nodig." Voor een bouwmelding, voor uw aannemer en voor de constructieve onderbouwing zijn in veel gevallen nog steeds tekeningen en berekeningen nodig — al is dat geen indieningsvereiste, maar een middel om aan te tonen dat het werk aan het Bbl voldoet.
- "Bij een monument geldt hetzelfde." Bij monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten is de vergunningvrije ruimte sterk ingeperkt.
Vervolgstap
Weet u niet zeker in welke categorie uw plan valt? Laat uw plan vooraf toetsen aan het Bbl én aan het omgevingsplan van uw gemeente. Dat voorkomt dat u tekeningen laat maken voor een plan dat op deze locatie niet haalbaar is.
In de praktijk
Bij het uitwerken van een bouwplan blijkt de volgorde vaak belangrijker dan de vraag zelf. Wie eerst de regels voor het perceel opzoekt en daarna ontwerpt, houdt het plan binnen de kaders. Wie andersom werkt, ontdekt de beperking pas op het moment dat het ontwerp al vastligt. Wat op uw locatie geldt, kunt u zelf nagaan in het omgevingsplan via het Omgevingsloket; wij doen dat onderzoek ook als onderdeel van een opdracht.
Laat uw bouwplan vooraf beoordelen
Weet u niet zeker in welke categorie uw plan valt? Wij toetsen het plan vooraf aan het Bbl én aan het omgevingsplan van uw perceel, en geven aan wat dat betekent voor het ontwerp en de benodigde stukken. Leg uw plan aan ons voor.
